didierdb.eu [ home ]  [ about ]  [ weetjes ]  [ projecten ]  [ contact ]



Fotoweetjes: Belichting
27 oktober 2016

De belichting van jouw foto wordt bepaald door een samenspel van drie factoren het diafragma, de sluitertijd en de ISO lichtgevoeligheid.

Het diafragma laat een hoeveelheid licht op de sensor vallen. Hoe groter de opening hoe meer licht. Een groot diafragma opening wordt uitgedrukt met een klein getal achter f/, hoe kleiner de opening hoe groter het getal achter f/ en hoe minder licht er op de sensor valt.
De sluitertijd bepaalt gedurende hoeveel tijd het licht op de sensor valt.
De ISO lichtgevoeligheid bepaalt hoeveel licht de sensor opneemt.

Een wijziging van één van deze factoren heeft direct gevolgen voor de belichting van jouw foto. Wijzigingen worden uitgedrukt in stops of 'exposure value (EV)'. Een 'stop' betekent een verdubbeling of halvering van het licht.

Dit geldt voor zowel de wijzigingen in het diafragma, de sluitertijd en ook voor de ISO lichtgevoeligheid.
  Diafragma: van f/4 naar f/2.8 is 1 stop meer licht, van f/2.8 naar f/4 is 1 stop minder licht.
  Sluitertijd: van 1/125s naar 1/250s is 1 stop minder licht, van 1/250s naar 1/125s is 1 stop meer licht.
  ISO lichtgevoeligheid: van ISO 100 naar ISO 200 is 1 stop meer licht, van ISO 200 naar 100 is 1 stop minder licht.

Dit betekent dat, bij een gelijkblijvende belichting, een wijziging van één van de drie instellingen één van de twee andere instellingen ook moeten worden gewijzigd om de belichting gelijk te houden.

Een voorbeeld:
De volgende drie instellingen geven eenzelfde resultaat wat betreft de belichting van jouw foto.

-A-diafragma=f8sluitertijd=1/250secISO=200 
 
-B-diafragma=f4sluitertijd=1/500secISO=100 
 + 2 stops- 1 stop- 1 stopten opzichte van A
 
-C-diafragma=f11sluitertijd=1/125secISO=200 
 - 1 stop+ 1 stopgelijkten opzichte van A
 - 3 stops+ 2 stops+ 1 stopten opzichte van B

Wat is het nut hiervan?
Het diafragma bepaalt de scherptediepte op de foto.
Bij een groot diafragma (bv. f/1.8) is er maar een klein stukje van de foto scherp. Dit is mooi voor het isoleren van je onderwerp, bijvoorbeeld bij een portret.
Bij een klein diafragma (bv f/16) is er heel veel scherp van de foto. Dit is weer mooi bij gebouwen of een landschap.

De sluitertijd bepaalt in grote mate of je een bewegingonscherpe foto maakt. De sluitertijd laat ook toe meer dynamiek in jouw foto vast te leggen.
Enkele voorbeelden:
-  Bij een snelle auto wil je de auto scherp, maar de achtergrond onscherp in beeld. Door mee te bewegen met de auto en een langzame sluitertijd verandert de achtergrond in strepen die beweging suggereren.
-  Een lange sluitertijd geeft water een mistachtig effect waardoor je de stroming van het water duidelijk in beeld brengt.
-  Ook stilstaande voorwerpen kun je dynamisch fotograferen. Dat kan door tijdens een langere sluitertijd in of uit te zoomen.
Je merkt dat je door te spelen met de sluitertijd meer creatieve effecten kunt bereiken.

De lichtgevoeligheid van de censor stel je in via een ISO-waarde. Hoe hoger de ISO hoe meer kans je loopt op een lastig neveneffect, namelijk ruis in de foto. Een hogere ISO is soms nuttig om zonder probleem uit de hand te blijven fotograferen. Je kunt de ruis beperken door continu mee te denken met je camera. Wil je in het donker fotograferen, gebruik dan een statief zodat je lagere ISO-waarden kunt gebruiken.
Is het fotografen met hoge ISO’s noodzakelijk, kijk dan tot welke ISO-waarde jouw camera dit op een acceptabel niveau doet. De ene camera produceert al storende ruis op ISO 800, terwijl de andere probleemloos op ISO 3200 gebruikt kan worden.

Gebruik het histogram
Het histogram is een grafiek die meesal in de vorm van een heuvel heeft. Hij laat zien hoe de verdeling van licht en donker op de foto is en dus voor elke foto anders.

Met behulp van het histogram kun je beoordelen of een foto onder-, over- of juist gebalanceerd belicht is. Neigt de grafiek meer naar de linkerkant, dan is de foto donker, neigt de grafiek juist naar rechts, dan hebben we een lichte foto. Er bestaat trouwens geen goed of slecht histogram. Het geeft alleen maar aan wat er is en het is aan jou om te beslissen of dit goed is of er ‘actie’ nodig is. In feite is er zo lang de hoogste delen van de grafiek binnen de grafiek blijven niets aan de hand.

Het histogram is handig omdat je na de foto te hebben genomen kunt bedoordelen of een langere of kortere sluitertijd nodig is om de foto ‘goed’ te belichten.

Bijsturen via belichtingscompensatie
Zit de grafiek van het histogram tegen de linkerrand aan, dan betekent dit onderbelichting in bepaalde delen en dit houdt dus in dat je de foto iets meer moet gaan belichten. Andersom is er dus overbelicht en is wellicht iets minder licht nodig.>/p>

belichtingscompensatie op fotografie.didierdb.euHet is dus mogelijk dat je in bepaalde gevallen meer of minder licht nodig hebt. Je wilt echter niets wijzigen aan diafragma, omwille van de scherptediepte, of aan de sluitertijd omwille van de scherpte. Ook ISO verlagen kan niet of verhogen zou ruis kunnen veroorzaken. Een oplossing is dan de belichtingscompensatie. Je kunt hiermee de belichting 1 of meer stops verhogen of verlagen en dit tot op 1/3 stop nauwkeurig. Belichtingscompensatie is zeker een nuttige functie die het uitprobereb waard is.
Je kunt de belichtingscompensatie ook zo instellen dat je 1 foto 3 keer maakt. Een minder belicht, nummer 2 op de instelde belichting en de derde met meer licht. Je kiest dan de beste van de 3 foto's.



[ naar boven ] © didier de borle / beeldmaker